Ellen Warmond
Jong als kinderstemmen
reeds met de tongval van de ouderdomte kunnen zeggen:zie achter mij hoeveel ik al tot stof geleefd heben hoeveel as zich ophoopt in mijn ogenen hoeveel stof en as mijn hand daarvanbevatten kan en samenbalt tot niets.en toch en desondankswachten - onmatig -- want matigheid is zwakte -en nieuwe kleren kopen voor de hoophoewel de laatste zekerheden naakt gaanen trachten waar men niet bestondtoch te ontstaanom het onmogelijk natuurverschijnsel:zon in de maanrondlopende weg terugof het oog in de rug.omdat geloof ontspringtuit de zekerheid dat er geen hoop meer isomdat het hart zich voedtmet wat de hand ontvalt.
