Voetstappen.
Prediker, de wijsheidsleraar van Israël, schildert de gang door de tijd. Stap voor stap, moment tot moment. Een tijd om te baren, een tijd om te sterven, een tijd om te lachen, een tijd om te huilen. Zo is het leven van mensen en zo is het goed. Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel. En God zag wat hij gemaakt had en zie het was zeer goed.
Wacht eventjes. Een tijd om te haten? Een tijd voor oorlog? Een tijd om af te breken, te scheuren, te verliezen, te verkillen, een tijd zonder sex, een tijd om een tijd om te rouwen, een tijd om te doden, wacht eens eventjes, hoe kan dat goed zijn?
God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven. Dit heeft de Prediker waargenomen toen hij goed naar het leven keek. Blijkbaar wijst God de goede tijden en de slechte tijden hun eigen goede, juiste, plaats aan. Ze horen bij het leven van mensen en alles wat bij het leven van mensen hoort is niet zonder God.
Maar zo leven wij het niet.
Als we een fijne tijd hebben, dan willen we dat die voortduurt, zo lang mogelijk. En als we een nare tijd hebben, dan willen we dat die ophoudt, zo snel mogelijk.
Blijven lachen terwijl je huilt van binnen, de schijn van vrede ophouden al is het oorlog in je gezin, je bitterheid koesteren al schijnt de zon en lacht een kind, het verleden vastzetten, of aldoor met morgen bezig zijn: zo leven de mensen en zo missen we de voetstappen in de tijd.
Nu mag je best wat doen aan slechte zaken, of aan ziekte of ongeluk. Daardoor groeien we in inzicht en dragen we verantwoordelijkheid voor het leven. Daardoor wordt de chaos teruggedrongen en het licht verspreid. Maar de wijsheid van prediker zegt: vergeet dit niet: tegenstellingen horen bij het leven. Soms is er zon, en soms is er regen. Soms ben je gelukkig en soms niet. Soms ben je gezond en soms niet. Nu leef je en straks ga je dood. Wat je ook doet, tegenstellingen horen bij het menselijk bestaan. Als de polen van een magneet gaat er een werking van uit. Dus wees niet verbaasd als er goede én slechte tijden zijn, je doet het niet fout.
God wijst alles een tijd aan. Wijze mensen leren om daar naar te luisteren. Vroeger was die wijsheid meer aanwezig. Mensen wisten wanneer hun tijd gekomen was, legden zich op bed en stierven na korte tijd. Mensen wisten van zaaien en oogsten, van het ritme van seizoenen en het ritme van het leven. Maar nu hebben we agenda’s, maar geen tijd en met veel kunst en vliegwerk houden we de dood zo lang mogelijk op afstand. Vroeger was er een bepaalde voorgeschreven tijd om te rouwen, je liep met een zwarte band om je arm tot de rouwtijd voorbij was. Maar nu doen we dat niet meer en gevoelens kunnen eindeloos uitdijen omdat we niet meer weten hoe er mee om te gaan. Maar God zegt tegen de tijd om te rouwen: tot hier en niet verder. En een wijs mens voelt aan waneer het ogenblik is aangebroken: niet te vroeg en niet te laat. God zegt tegen de tijd om te haten: tot hier en niet verder. God zegt tegen de tijd om te verkillen: ho: dat is genoeg. Wie kan die stem van de Eeuwige verstaan, wie kan het woord horen dat alles zijn eigen goede plek geeft? Wie kan de volle hoogte en de volle diepten van het leven leven precies zoals ze zijn, niet meer en niet minder? Dat is de mens die gevormd wordt door het wijze woord van God. De mens die zijn voeten zet in de voetstappen van God.
Maar waarom al dat geploeter en het levert je zo weinig op, het is toch een kwelling als we het leven niet naar onze hand kunnen zetten?
Waarom al die moeiten: dan geluk, dan weer verdriet..?
Wel, zegt Prediker: God doet het zo, opdat wij ontzag voor hem zouden hebben.
Ontzag, dat heeft met angst te maken, met vrees. De vreze Gods, werd vroeger gezegd. De vreze Gods die het begin van de wijsheid is, waardoor je wakker schrikt als het leven je verrast door haar moeiten. Want dat is wat het zwart van leven doet: je schrikt je te pletter, je schrikt wakker. Wakker uit je vanzelfsprekende leventje alsof je overal recht op hebt, alsof ieder huisje een kruisje heeft behalve het jouwe. Je schrikt wakker uit het leventje dat je zelf had uitgedacht en ineens verandert het, moet je doorgroeien, nieuwe dingen leren, dingen dragen. Ineens besef je weer dat het een wonder is dat je leeft, dat de mensen die je liefhebt leven, het is een wonder dat er leven is en alleen de dood is vanzelfsprekend.
Het ontzag maakt ons wakker en dat maakt mogelijk dat we ontdekken wat God in ons gelegd heeft.
God heeft de ‘olaam’ in het hart gelegd, zegt Prediker. Dat is zoiets als: wat verborgen is, wat beweegt, wat eeuwig is. Er ligt iets van verborgen eeuwigheid in het hart van de mens. Daarmee kunnen we niet doorgronden wat de uiteindelijke zin is van alles, van “begin tot eind”, dat blijft verborgen in het mysterie van God. Wij leven in een wereld van tegenstellingen. Maar in het hart van al die tegenstellingen, daar waar ze elkaar raken, daar heeft God de olaam gelegd: de verborgen eeuwigheid. De eeuwigheid is niet een verlengstuk van de tijd, als een lijn die maar altijd doorgaat. De eeuwigheid is het midden van de tijd, het hart van de tijd. Eeuwigheid is niet een hoeveelheid van tijd, maar een kwaliteit van tijd, de kwaliteit van God in de tijd. Olaam is het stromende in de tijd, waarin God op verborgen wijze de dingen doet voortbewegen. Olaam is de ruimte waardoor wij niet voorgoed opgesloten raken door het zwart of het wit van ons bestaan. Als een eeuwige tent die met ons meetrekt door de woestijnreis van het leven.
En de eeuwige God die daar op verborgen wijze het mensenhart aanraakt, zegt tegen ons: leef het maar wat je te doen hebt. Niets blijft hetzelfde in je leven, maar Ik blijf dezelfde van eeuwigheid tot eeuwigheid en ik zal er zijn. In het licht en in het donker, ik blijf erbij, zo ben ik en al verandert alles, ik verander niet. Alles wat God doet, doet hij voor altijd.
Dus geniet van de dagen en geniet van het eten en drinken, geniet van het leven dat je ontvangt en beschouw het niet als je bezit maar als een geschenk, want dat is het. Deel van je geld en maak vrienden in de tijd die je gegeven wordt, want de eigenaar van het leven is niet jij maar God.
En ga je door donkere dalen, wees dan bedacht op die tent van eeuwigheid die met je meetrekt. Dat is je werkelijke thuis in tijd én eeuwigheid.
Er zal een tijd zijn om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien. Maar dan weet je: dat alles zijn voetstappen in de tijd, ja, het zijn de voetstappen van de Eeuwige.