sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Lam van God

 

 

Zurbaran - Cordero de Dios

Francisco Zurbarán - Cordero de Dios

 

 

Lam van God dat wegdraagt de zonde van heel onze wereld, geef uw ontferming.

Deze vaste zin uit de liturgie raakt me iedere keer weer. Net zoals: De Heer zegene u en behoede u dat doet. Bij rituele woorden gaat het niet in de eerste plaats om wat de precieze betekenis is. De zinnen zelf roepen iets op, een soort grondgevoel dat moeilijk in woorden te vangen is. Alsof er iets in je ziel verruimt. De zegen doet wat het zegt: het bewerkt al een zegen. En dat is veel belangrijker dan welke uitleg dan ook.

 

Lam van God dat wegdraagt de zonde van heel onze wereld drukt een diep gevoeld besef uit. Dat je overnieuw mag beginnen, dat een schone lei mogelijk is, dat je niet altijd vast hoeft te zitten aan wat je zelf hebt misgedaan, of een ander jou aandeed. Dat er niets onder het vloerkleed wordt geschoven maar gedragen wordt, wéggedragen. Dat er vergeving is en dat God je die aanreikt - altijd weer en onverdiend. De woorden doen al wat ze zeggen: ze maken iets los, ze zetten vrij, ze dragen weg. Ik hoef er niet eens in te geloven - de woorden geloven in mij. Net als bij de zegen. Ik hoef het alleen maar te ontvangen.

 

Als ik goed kijk naar wat er in het leven gebeurt, met name in relaties, dan zie ik vaak dat Lam Gods verschijnen. Op het moment dat een ander mij vergeeft voor de pijn die ik veroorzaak en ik de moed heb dat te aanvaarden. Op het moment dat ik niet gedomineerd wordt door alles wat er mis is. Op het moment dat iemand het eigen belang opzij zet voor het welzijn van een ander. Waar mensen zich inspannen om te herstellen, te genezen, te bevrijden. Er is geen kind dat zijn of haar ouders niet iets te vergeven heeft en geen ouder die niet iets van zijn of haar kinderen weg te dragen heeft en dat in liefde doet. Vergeving ligt in het hart van mens-zijn.

 

In de kerk heb ik geleerd om zo te kijken. Jezus wordt het lam van God genoemd. Het christelijk geloof belijdt dat we in Jezus God zelf zien. God zelf draagt weg wat wij niet kunnen, God zelf maakt ons los van waar wij aan vastzitten, God zelf houdt ons vast als wij Hem loslaten - ook zonder dat we daarom vragen. Dat is wat we zien in Jezus. Het is God zelf die doet wat nodig is om de relatie met ons niet te verbreken

 

Lam van God vertelt op welke manier God aanwezig is in deze wereld. Maar het zegt nog meer, want wij allemaal zijn naar Gods beeld geschapen en bestemd om op hem te lijken. Lam van God is dan ook een omschrijving van onze ware aard - als ‘niet ik, maar Christus leeft in mij’. Dat is het menszijn dat ons van God uit gegeven wordt. Aan ons om dat te ontwikkelen door het ieder moment te ontvangen, erop te vertrouwen en er steeds meer uit te gaan leven. Zoals Jezus.

 

Niet alles wat ons wordt aangedaan is onrecht, al zijn we geneigd dat snel te denken. En zelf doen we met de beste bedoelingen heel wat onrecht. Het vraagt zelfkennis om daar een beetje zicht op te krijgen. We leren het alleen uit de praktijk van de liefde, met vallen en opstaan. Zonder vergeving, dat wil zeggen: zonder een Lam Gods, is er niet veel groei in onze vriendschappen. Mijn eigen ervaring is dat vergeven letterlijk ver-geven is: verder-geven wat je eerst zelf hebt gekregen. Pas als ik zelf losgemaakt ben van wat mij is aangedaan, kan ik het ook loslaten. Maar hoe ik er precies los van kwam, dat ontsnapt aan mijn blik. Dat blijft een mysterie dat ik alleen maar kan ontvangen - als ik mijn handen tenminste niet tot vuisten gebald houd..

 

Lam van God dat wegdraagt de zonden van heel onze wereld, ontferm u over ons. Deze dynamiek van vergeving en vertrouwen, van sterven en opstaan, is kloppende hart van de werkelijkheid. Agnus Dei. Een spoor van God.

 

De dichter Hans Faverey beschrijft het op zijn eigen manier:

 

Plotseling draai ik mij om.

Het verbergt zich niet langer,

 

heeft zich in mij blootgewoeld.

 

Terwijl ik nader word ik

 

doorzien. Het is een bloem

die ik niet ken, die mij

heeft herkend, mij aan land brengt,

mij geleidelijk neerlegt zoals

de zee soms doet met iemand

die moet zijn verdronken.